Commissie Frijns: 'onzekere zekerheid'
De commissie constateert dat de kwetsbaarheid van pensioenfondsen is toegenomen door de vergrijzing van de bevolking. Pensioenfondsen krijgen daardoor naar verhouding minder premies binnen, terwijl ze meer pensioenen moeten betalen. Ruim 60 procent van het totale pensioenvermogen is bestemd voor pensioenen die nu al moeten worden uitbetaald of binnen tien jaar worden uitbetaald. Dat maakt het lastiger voor pensioenfondsen om financiële schokken op te vangen. Daar komt bij dat pensioenfondsen afhankelijker zijn geworden van financiële markten, omdat ze steeds meer zijn gaan beleggen in aandelen, onroerend goed en alternatieve beleggingen. Ook moeten pensioenfondsen voor de berekening van hun verplichtingen sinds 2007 werken met marktrente. Als deze extreem daalt, zoals in 2008, leidt dat tot een sterke stijging van de verplichtingen. Pensioenfondsen moeten, op basis van de wet, zorgen voor een goed en veilig pensioen. De commissie adviseert pensioenfondsbesturen een ‘strategisch risicokader’ vast te stellen, waarin ze keuzes maken over de risico’s die het pensioenfonds kan en wil lopen. De samenstelling van het fonds en de bereidheid van de deelnemers om risico te lopen, spelen een belangrijke rol in die afweging. Zo kunnen ‘grijze’ fondsen minder risico’s aan dan ‘groene’ fondsen. Ook moeten pensioenfondsen expliciet keuzes maken in de risico’s die verschillende categorieën deelnemers van een pensioenfonds lopen. De commissie vindt verder dat pensioenfondsen zich moeten laten leiden door een financieel kader dat uitgaat van geïndexeerde pensioenen. Indexatie is in de meeste Nederlandse pensioencontracten weliswaar niet gegarandeerd, maar voor gepensioneerden is een geïndexeerd pensioen wel van groot belang. Ook onder invloed van het financiële kader dat de overheid oplegt richten pensioenfondsen zich in de praktijk op het opbouwen van ‘nominale’, niet geïndexeerde, pensioenen. De commissie adviseert de overheid daarom haar financiële kader, het Financiële Toetsingskader, aan te passen tot een kader dat zich richt op geïndexeerde pensioenen. De commissie komt op basis van haar onderzoek verder tot de conclusie dat pensioenfondsen te weinig aandacht besteden aan de uitvoering van het vermogensbeheer en dat de risico’s daarvan te weinig aandacht krijgen. Het bestuur van een fonds moet in alle stadia van het beleggingsproces effectief ‘in control’ zijn en een tegenwicht kunnen bieden tegenover uitvoerders en aanbieders van beleggingsproducten. Daarom moet het bestuur van een pensioenfonds aantoonbaar over voldoende expertise beschikken op het gebied van risicomanagement en vermogensbeheer om zelf actief te kunnen sturen. De commissie heeft in haar rapport 19 concrete aanbevelingen gedaan aan besturen van pensioenfondsen. De commissie roept de besturen op deze aanbevelingen op te pakken en uit te werken in ‘best practices’. Daarnaast adviseert de commissie naast de genoemde aanpassing van het Financieel Toetsingskader een aanscherping van de wettelijke eisen op het gebied van deskundigheid en verantwoordelijkheid van pensioenfondsbesturen.
Download het volledige rapport.
Bron: SZW |
Actueel |

